skip to main content

Dit is de richting waarin goederen reizen.
Naar/door de EU naar GB, of naar/door GB naar de EU.

2. Goederen ophalen

Voordat u goederen ophaalt, moet u aan de onderstaande vereisten voldoen.

U moet de vereiste documenten opstellen wanneer u goederen ophaalt die vanuit de Europese Unie (EU) en naar het Verenigd Koninkrijk (VK) worden geëxporteerd.

Om aan de douanevereisten te voldoen, zijn er verschillende manieren om goederen over de grens te vervoeren (pre-lodgement, tijdelijke opslag, CTC, ATA, TIR).

De exporteur/importeur (en/of zijn agenten) kiest zelf welke hij wil gebruiken. In dit deel wordt nader ingegaan op de gevolgen van elke mogelijke procedure voor vrachtvervoerders.

  • Pre-lodgement/tijdelijke opslag
  • Overeenkomst inzake gemeenschappelijk douanevervoer (CTC)
  • Goederen vervoeren met ATA-carnets
  • Goederen vervoeren onder TIR-overeenkomsten

 

  • Aanvullende vereisten voor het vervoer van specifieke goederen naar de EU .
  • Goederenverkeer tussen Ierland en Noord-Ierland

Tot 31 december 2021

Tot 31 december 2021 zijn er verschillende douanevereisten voor gereguleerde goederen en niet-gereguleerde goederen.

Het benodigde bewijs hangt af van het soort aangifte dat de importeur kan doen of wil doen, inclusief of de goederen al dan niet gereguleerd zijn.

Pre-lodgement – Goederen vervoeren naar GB (kennisgeving vooraf)

Alle relevante douanegegevens of -documenten en andere documenten moeten bij het ophalen van de goederen overhandigd worden aan de chauffeur. De chauffeur moet bevestigen:

  • dat de handelaar de EU-uitvoerprocedures heeft voltooid
  • dat hij samen met de exporteur aan alle Britse invoervoorschriften heeft voldaan

Momenteel is de GVMS van toepassing op de volgende routes:

  • goederen van de EU naar Groot-Brittannië (Engeland, Wales en Schotland) – alleen als u goederen onder de overeenkomst inzake gemeenschappelijk douanevervoer vervoert met behulp van een begeleidingsdocument voor douanevervoer
  • goederen van Groot-Brittannië naar Noord-Ierland – voor elk vervoer naar havens in Noord-Ierland met behulp van de Goods Vehicle Movement Service is een Goods Movement Reference vereist
  • goederen van Noord-Ierland naar Groot-Brittannië – een Goods Movement Reference (GMR) is alleen vereist in de volgende omstandigheden: vervoer onder de overeenkomst inzake gemeenschappelijk douanevervoer (Common Transit Convention), TIR-vervoer en vervoer met ATA-carnets van de Republiek Ierland naar Groot-Brittannië via een haven in Noord-Ierland
  • goederenvervoer van Noord-Ierland naar Groot-Brittannië onder een speciale douaneregeling of van goederen op een lijst van goederen waarvoor specifieke internationale procedures gelden

Als vrachtvervoerders goederen via een locatie vervoeren die gebruikt maakt van GVMS en het pre-lodgement model, moeten zij:

  • de importeur vragen om voor elke vervoerde zending een uniek referentienummer te vermelden waaruit blijkt dat een aangifte vooraf is ingediend of niet nodig is. Dit kan een MRN zijn (voor goederen aangegeven in CHIEF of de Customs Declaration Service).
  • Breng al deze referenties samen, samen met alle referenties van veiligheids- en beveiligingsaangiften (welke vanaf juli 2022 verplicht zullen zijn), in één Goods Movement Reference (GMR) voor elke voertuigverplaatsing.

Dit kan op twee manieren:

  • een directe link van het eigen systeem van de vrachtvervoerder naar de Goods Vehicle Movement Service; of
  • een online portaal beschikbaar in het Government Gateway-account van de vrachtvervoerder

Als de veerdienstmaatschappij de ENS indient, moet de vrachtvervoerder controleren hoe hij deze in één GMR kan samenbrengen

Werk voor elke voertuigverplaatsing de GMR bij met de juiste VRN. Dit kan aangepast worden aan eventuele wijzigingen maar moet correct zijn wanneer de GMR op het vertrekpunt aan de vervoerder wordt gepresenteerd.

  • Geef chauffeur de opdracht om niet naar de grens te gaan voordat alle benodigde referenties aan een GMR zijn toegevoegd om deze volledig te maken, of als een aangiftereferentie niet op de GMR is aanvaard, omdat ze niet aan boord mogen.
  • Instrueer de chauffeurs om de GMR bij aankomst op het vertrekpunt aan de transporteur voor te leggen om aan te tonen dat ze over het nodige bewijs beschikken om goederen legaal te vervoeren – dit kan worden gedaan via papierwerk, mobiele telefoon, tablet, enz.
  • Instrueer de chauffeurs om te controleren of hun voertuig al dan niet is vrijgegeven voordat ze van boord gaan en om instructies op te volgen over waar ze heen moeten indien er controles vereist zijn.

NB: Zorg ervoor dat u een aangifte hebt gedaan in S&S GB als u

Link naar – Goederen vervoeren naar of door het VK met gemeenschappelijk douanevervoer en uniedouanevervoer .

Indien de handelaar de goederen onder de CTC laat vervoeren, moeten de chauffeurs ofwel:

  • een TAD van de handelaar hebben, en van de handelaar te horen krijgen dat het vervoer naar de regeling douanevervoer is vrijgegeven en dat ze door kunnen naar de plaats van grensoverschrijding uit de EU-lidstaat

    TAD
  • a LRN of een TAD dat niet is vrijgegeven voor gebruik onder de regeling douanevervoer en zijn verteld dat ze de goederen en het LRN of TAD moeten voorleggen aan de autoriteiten van de EU-lidstaat op een EU-kantoor van vertrek – lijst van douanekantoren – de goederen worden vervolgens vrijgegeven en een TAD wordt aan de chauffeur overhandigd

De exporteur/agent is verantwoordelijk voor het informeren van het transportbedrijf en de chauffeur over de status van het TAD.

Link naar – Een ATA-carnet aanvragen

Indien de handelaar de goederen onder de ATA-overeenkomst laat vervoeren, moet de chauffeur het ATA-carnet document van de handelaar krijgen.

ATA
{%CAPTION%}

Link naar –TIR-handboek | UNECE

Indien de handelaar de goederen onder de TIR-overeenkomst laat vervoeren, moet de vervoerder in het bezit zijn van een in diens land verkregen TIR-vergunning en moet het vervoerde voertuig in het bezit zijn van een goedkeuringscertificaat van een wegvoertuig voor het vervoer van goederen onder douaneverzegeling. Een certificaat krijgen voor een voertuig met een goedgekeurd ontwerp voor TIR-grensovergangen.

Voor uitzonderingen op deze algemene regel (bv. het vervoeren van zware en omvangrijke goederen), dient u de richtsnoeren voor TIR te controleren.

Het transportbedrijf moet:

  • de chauffeur het TIR-carnet geven
  • erop toe zien dat, hetzij door de handelaar, hetzij door het transportbedrijf, de verplaatsing bij het NCTS is aangegeven en dat zij over de nodige referentienummers (LRN en/of MRN) beschikt om de goederen bij de douaneautoriteiten van de EU aan te bieden;
  • de chauffeur opdracht geven de goederen en het TIR-carnet mee te nemen en voor te leggen aan de EU-douaneautoriteiten bij een EU-douanekantoor van vertrek – Lijst van douanekantoren (of het kantoor van vertrek van een 3e land buiten de EU).
TIR
TIR-carnet

Gereguleerde goederen – Goederen zijn gereguleerd indien zij onderworpen worden aan bijzondere gezondheids-, vergunnings- of milieucontroles en als zodanig aan de grens onder douanetoezicht moeten worden geplaatst. bv. SPS-goederen, accijnsgoederen, chemicaliën, militaire goederen, wapens.

Douaneaangiften zijn vereist voor alle goederen op de lijst met gereguleerde goederen.

Voor vooraf ingediend vervoer van gereguleerde goederen moet de vrachtvervoerder over het juiste referentienummer van de invoeraangifte (CHIEF-ingangsnummer of MRN) beschikken.

Voor vooraf ingediende aangiften voor tijdelijke opslag die worden vervoerd via een aan de inventaris gekoppelde haven, heeft de exploitant van de oplegger de Inventory Consignment Reference (ICR) nodig.

Het MRN of een EORI van de exporteur kan niet worden gebruikt als bewijs dat voor deze goederen een invoeraangifte is gedaan.

Meer gedetailleerde informatie zal worden verstrekt in updates van het Border Operating Model.

Voor niet-gereguleerde goederen kan de importeur hetzij een douaneaangifte doen op de plaats van invoer, hetzij een aangifte doen in zijn eigen handelsadministratie, en vervolgens opvolgen met een aanvullende aangifte die binnen 175 dagen na de plaats van invoer bij HMRC moet worden ingediend.

De vervoerder moet beschikken over het referentienummer van de douaneaangifte bij invoer (CHIEF-ingangsnummer of CDS MRN) of over het EORI-nummer van de handelaar indien de importeur in zijn handelsadministratie een aangifte heeft gedaan.

De chauffeur moet nagaan welk type aangifte de importeur doet en het nodige bewijs bij zich dragen.

Accijnsgoederen zijn goederen waarop accijns van toepassing zijn en omvatten alcohol, tabak en sommige energieproducten (bv. Biobrandstoffen & koolwaterstofoliën)

Als goederen naar een accijnsopslagplaats in het VK gaan, moet de chauffeur ervoor zorgen dat hij vóór het verlaten van de haven een kopie van het elektronische administratieve document (eAD) of van handelsdocumenten met een duidelijke vermelding van de administratieve referentiecode (ARC) heeft. Chauffeurs moeten deze documenten verkrijgen van hun klant of een tussenpersoon die in diens naam optreedt.

Indien de importeur echter gebruik gemaakt heeft van een vereenvoudigde douaneregeling die het mogelijk maakt de aankomst van de goederen te vertragen, zal het opstellen van het eAD ook worden uitgesteld totdat de goederen zijn aangekomen. In plaats daarvan moet de chauffeur ervoor zorgen dat hij vóór het verlaten van de haven een kopie van de vooraf ingediende douaneaangifte heeft, die gegevens over een garantie voor accijnsverkeer moet bevatten.

Indien de goederen tegen het einde van de volgende werkdag na de invoer nog steeds onderweg naar hun afleveradres zijn, moet de importeur (of zijn vertegenwoordiger) de chauffeur een kopie van het eAD of de ARC verstrekken om de vereisten voor accijnsverkeer te formaliseren.

Als de chauffeurplanten en plantaardige producten van hoge prioriteit, levende dieren of goederen onder CITES vervoert, moet de EU-exporteur of zijn vertegenwoordiger ervoor zorgen dat hij de volgende documenten en/of gegevens bij de zendingen verstrekt. De chauffeur moet deze voorleggen bij het inchecken aan de EU-grens:

  • het origineel, nat getekend, EHC’s indien er één of meerdere nodig zijn
Gezondheidscertificaat
Gezondheidscertificaat (EHC)
  • alle vereiste CITES-documentatie

    CITES

Controles op deze producten zullen tot maart worden uitgevoerd op de plaats van bestemming

  • als het gaat om levende dieren,
  • en tot juli 2022 als het gaat om planten en plantaardige producten met hoge prioriteit

Sanitaire en fytosanitaire (SPS) goederen omvatten producten van dierlijke oorsprong (POAO), samengestelde producten, voedsel en diervoeders van niet-dierlijke oorsprong, en planten en plantaardige producten.

In januari 2022 komen er meer veranderingen voor invoer van de EU naar GB:

  • producten van dierlijke oorsprong (bijvoorbeeld vlees, honing, melk of eiproducten) en dierlijke bijproducten moeten vooraf worden gemeld
  • alle gereguleerde planten en plantaardige producten moeten vooraf worden aangemeld en hebben fytosanitaire certificaten nodig
  • volledige controle op de invoer van alle producten
  • eventuele fysieke controles op planten of plantaardige producten met hoge prioriteit blijven tot januari 2022 op de plaats van bestemming plaatsvinden.

Vanaf maart 2022:

  • Levende dieren uit de EU zullen worden onderworpen aan nieuwe invoercontroles. De controles zullen nog steeds op de plaats van bestemming worden uitgevoerd.

Vanaf juli 2022:

  • ENS-aangiften voor veiligheid en beveiliging zullen nodig zijn voor invoer van de EU naar GB – dit zal hetzelfde model zijn dat momenteel wordt gebruikt voor de handel in rest van de wereld (RoW)
  • fysieke controles van producten van dierlijke oorsprong, bepaalde dierlijke bijproducten, kiemproducten en risicohoudend voedsel en diervoeders die geen dierlijke oorsprong hebben, zullen worden ingevoerd in aangewezen BCP’s – dit zal worden uitgevoerd op basis van risico’s
  • controles van planten en plantaardige producten met hoge prioriteit zullen verhuizen van de plaats van bestemming naar de aangewezen BCP
  • alle gereguleerde planten en plantaardige producten zullen de relevante gezondheidsdocumentatie nodig hebben, bijvoorbeeld EHC en fytosanitaire certificaten

Naast deze vereisten zullen in de CITES-lijst opgenomen goederen, levende aquatische dieren voor aquacultuur en sierdoeleinden en paardachtigen aan afzonderlijke invoervoorschriften moeten voldoen.

Meer informatie over deze nieuwe procedures vindt u op www.gov.uk/brexit-hauliers

Lees meer over het uitstellen van aangiften voor EU-goederen die GB worden binnen gebracht.

Controleer of u een summiere aangifte bij binnenbrengen moet doen.

Er zijn 2 soorten aangiften voor veiligheid en beveiliging: een summiere aangifte bij uitgang (EXS) en een summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS).

Het Verenigd Koninkrijk heeft tijdelijke vrijstellingen ingesteld voor zowel EXS- als ENS-aangiften, maar deze zullen binnenkort worden opgeheven:

  • Vanaf 1 oktober 2021 zijn EXS-aangiften vereist voor alle uitvoer van GB naar de EU (hiermee wordt de huidige vrijstelling voor lege pallets, containers en voertuigen die in het kader van een vervoersovereenkomst naar de EU worden verplaatst, opgeheven)
  • vanaf vrijdag 1 juli 2022 zijn ENS-aangiften verplicht voor elk vervoer van de EU naar GB. De EU heeft sinds 1 januari 2021 volledige ENS- en EXS-aangiften verplicht gesteld.

Specifieke gegevens over de procedure per lidstaat zijn verderop in de richtsnoeren uiteengezet voor:

Voor begeleide RoRo-vracht is de vrachtvervoerder (als transporteur en als actief transportmiddel) verantwoordelijk voor het indienen van de ENS summiere aangifte bij binnenbrengen – ook wel de veiligheid & beveiligingsaangifte genoemd – op het eerste punt van binnenkomst.

Dit is van bijzonder belang bij RoRo-havens en -terminals in GB die geen haveninventarisatiesysteem hebben.

Voor niet-begeleide RoRo-vracht is de veerdienstmaatschappij (FO) (als transporteur en als actief transportmiddel) verantwoordelijk voor het indienen van de ENS in de eerste haven van binnenkomst.

De gegevens vereist voor een ENS-aangifte omvatten:

  • verzender
  • geadresseerde
  • een omschrijving van de goederen
  • route (land per land)
  • transportmiddel (bv. ferry- of Eurotunnel-gegevens)
  • tijdstip van aankomst Een EORI-nummer is vereist om ENS-aangiften te kunnen doen. Voor GB S+S moet dit een “GB” of “XI” EORI-nummer zijn.

Voor EU ENS-aangiften moet dit een geldig EORI-nummer van een EU-lidstaat zijn.

Een derde partij kan een aangifte indienen zolang dit gebeurt met medeweten en toestemming van de transporteur. Het is de verantwoordelijkheid van de verantwoordelijke partij om ervoor te zorgen dat:

  • een summiere aangifte bij binnenbrengen wordt ingediend
  • aangiften worden ingediend binnen de wettelijke termijnen (Korte Zeereizen – minstens 2 uur voor aankomst) (Wegverkeer – minstens 1 uur voor aankomst)

De derde partij moet er ook voor zorgen dat de door de vervoerder verstrekte informatie juist is. Meer informatie over het GB ENS-proces is hier beschikbaar op GOV.UK.

In GB moet de transporteur toegang hebben tot/zich aanmelden voor de S&S GB-dienst om ENS-aangiften in te dienen.

Hier vindt u informatie over hoe u zich kunt aanmelden voor de GB Veiligheid en Beveiliging (S&S GB) -dienst.

Dit proces kan ook worden voltooid door een 3e partij en met hun kennis en toestemming.

Transportbedrijven uit het VK, niet-EU- en EU-landen en hun chauffeurs moeten voertuigen die het VK binnenkomen beveiligen om het risico op criminaliteit te verkleinen. Bezoek – Beveilig uw voertuig om illegale immigratie te helpen stoppen

Chauffeurs die de grens tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU oversteken, moeten zich bewust zijn van de mogelijke bedreigingen voor voertuigen en hoe ze ‘clandestiene immigranten’ kunnen tegenhouden. Een clandestiene immigrant is iemand die zich in of op een voertuig verschuilt om de Britse grenscontroles te omzeilen.

Als een chauffeur een voertuig niet beveiligt en clandestiene immigranten vervoert naar het Verenigd Koninkrijk en gebieden die onder de controle van het Verenigd Koninkrijk staan, kan de chauffeur, eigenaar of huurder van het voertuig een boete krijgen tot 2.000 pond voor elke gevonden persoon (ook wel een ‘civiele boete’ genoemd).

De wet geldt voor alle aankomsten in het Verenigd Koninkrijk en gebieden die onder de controle van het Verenigd Koninkrijk staan, ook vanuit Europese havens en via de Eurotunnel.


Voertuigen beveiligen

Een doeltreffend systeem voor transportbedrijven omvat:

Voor chauffeurs omvat een doeltreffend systeem:

  • het gebruiken van beveiligingsapparatuur (bv. een hangslot, uniek genummerde afdichtingen en een kantelkoord) om voertuigen te beveiligen na het laden
  • het grondig controleren van de beveiligingsapparatuur en het voertuig na elke stop en vóór het binnenrijden van het VK
  • het registreren van uitgebreide controles op een voertuigveiligheidschecklist om de naleving ervan aan te tonen, en deze klaar hebben om voor te leggen aan een Border Force-agent

Chauffeurs moeten de 10-stappenrichtlijn voor het voorkomen van clandestiene immigranten volgen en die tijdens hun hele rit bij zich hebben.


Als iemand zich in een voertuig verstopt 

Als een chauffeur vermoedt dat iemand zijn voertuig probeert binnen te komen of in zijn voertuig is geweest, moet hij contact opnemen met de lokale politie zodra hij dat veilig kan doen. Bel in het Verenigd Koninkrijk 999 of bel in de EU 112 voordat u de haven binnenkomt.


Zodra u aan deze vereisten hebt voldaan en u de juiste documenten hebt, bent u klaar om met de goederen te vertrekken.